Alfa Romeo 4C Spider

Gepubliceerd op

Alfa Romeo 4C Spider

 

Je hebt auto’s die je door hun aanblik al laten glimlachen. En die je, als je er eenmaal in rijdt, nooit meer wilt loslaten. De Alfa Romeo 4C Spider is er zo eentje. Niet omdat ie nou per se perfect is, trouwens.

Laten we bij het dak beginnen, want daar draait het om bij de Spider. Alfa zette niet zo maar de zaag in de 4C Coupé, maar maakte er echt werk van. Een simpele en doeltreffende achterklep met welvingen die als bij een Ferrari vloeiend overlopen in de boog boven je hoofd: dat ziet er buitengewoon mooi uit. Die hoofdbeugel kun je trouwens in koolstofvezel laten uitvoeren – dat staat helemaal fraai.

Verwacht geen elektrisch opklappend dak, dat zou te veel gewicht met zich meebrengen. Verstevigingen aan het chassis geven al meer kilo’s, andere aanpassingen doen daar nog eens een schep bovenop. Geen ramp, hij is nog altijd lichter dan 1.000 kilo, maar z’n gesloten broertje zit nog onder de 900 kilo. Goed, dat dakje, dat is wel een dingetje.

Eigenlijk is het een dik zeiltje dat je kunt oprollen – binnen een minuut heb je het eraf. En mis je twee nagels. Want het vergrendelingsmechanisme boven de portierruiten werkt soepel en prima, maar binnenin moet je boven de achteruitkijkspiegel twee flinke schroefpunaises losdraaien – een typisch Italiaanse oplossing: ziet er mooi uit, erin kwakken, klaar. Los van dit ongemak; je legt het opgerolde dakje achterin waardoor de bagageruimte met de helft slinkt en je kunt blootshoofds op pad. Een echte cabrio wordt het alleen niet, want de achterruit blijft gewoon staan. In autoland noemen we dit een targa. Alfa noemt het Spider.

De 4C Coupé klonk ons al geweldig in de oren, zonder dakje is ie helemaal een feest. Met het sportuitlaat-pakket (dat zouden we achterwege laten) wordt het een uitbundige bende. Het kabaal dat de 240 pk sterke viercilinder turbo voortbrengt, is permanent vermakelijk, maar mocht je er elke dag mee willen rijden en geen gehoorbeschadiging daaraan willen overhouden dan is heel, heel rustig rijden de enige oplossing. Wie wil dat? Je zit zo diep en laag in de auto, met je neus bijna op het asfalt, dat je het gevoel hebt een kart te besturen. En zo stuurt ie trouwens ook. Maar dan wat zwaarder.

Want ook de Spider mist enige vorm van stuurbekrachtiging: dat scheelt niet alleen gewicht, maar geeft je ook het meest betrokken stuurgevoel denkbaar. Dat betekent wel dat je flink bij de les moet blijven, want gaten en kuilen hebben direct invloed op de voorwielen en het daaraan direct verbonden stuur. Een flauwe kuil trekt de 4C al uit z’n spoor, ook als je bijvoorbeeld 150 rijdt. Het is niet direct gevaarlijk, en als je een paar meter in de 4C gereden hebt, weet je wat ie doet, maar met twee handen sturen is aan te raden. Prima te doen, het stuur is klein en lekker dik.